Nadat je kind een boek heeft uitgekozen, kan hij of zij gaan lezen. Handig is om je kind na elk hoofdstuk de belangrijkste punten op te laten schrijven. Bijvoorbeeld: wat was de belangrijkste gebeurtenis en waar speelde het zich af? Over welke personages heb je gelezen. Post-its zijn goed te gebruiken om aantekeningen op te schrijven. Er past ook niet veel op, dus het moet al het kort zijn.
Na het lezen kan je kind starten met het beantwoorden van de (standaard)vragen over het boek:
- Wat is de titel? En waarom heet het boek zo?
- Wie is de schrijver? En de illustrator?
- In welk jaar is het uitgegeven? Door welke uitgever?
- Wat voor soort verhaal (genre) is het? Een griezelverhaal, sprookje of misschien wel een oorlogsverhaal?
- Wie zijn de hoofdpersonen? En wie komen er nog meer in het boek voor?
- In welke tijd speelt het verhaal zich af?
Daarna kan je kind in het kort vertellen waar het boek over gaat. Je kind kan de eerder genoemde post-its gebruiken als leidraad. Heeft het boek een ingewikkeld of spannend einde? Dan kan je kind ook de boekbespreking eindigen met: “Wil je weten hoe het verhaal afloopt, lees dan zelf het boek.”